Heer Bommel en het para-abnormale

Para-Abnormale

Toen Marten Toonder in 1941 met de avonturen van Tom Poes en heer Bommel begon, gebruikte hij de hem bekende sprookjeselementen. De hoofdrolspelers ontmoetten draken, zeemonsters, tovenaars, kobolden, rovers en jonge dames in nood. Ze kwamen terecht in verboden tuinen, donkere bossen en zwarte bergen.
Zoals dat met sprookjes het geval is, was de magie nooit ver weg. Gaandeweg werden in de verhalen ook verschijnselen betrokken waar de wetenschap geen raad mee wist: de verdwenen beschaving van Atlantis, aardstralen, kabouters en elfen, dromen, mentale krachten. En zo ook de mysteriën van het leven zelf en de voortekens daarvan welke we zoeken bij handlijnlezers, kaartleggers, runenkenners, astrologen en in de I Tjing. Marten Toonder had voldoende kennis van al deze zaken om ze een rol te laten spelen. Wat hij niet wist, vulde hij aan met zijn gevoel; wat hij wél wist, vertrouwde hij toe aan zijn verbeelding. Hierdoor groeide de wereld van Rommeldam en omstreken uit tot een werkelijkheid die wij, oplettende lezertjes van de Bommelsaga, gretig aanvaarden en niet weerspreken.
Willem Venerius ging op zoek naar de mogelijke bronnen van deze psi-faktoren, zoals Toonder ze noemde en waar heer Bommel en Tom Poes steeds vaker mee te maken zouden krijgen.

Hoe normaal dat para-abnormale eigenlijk behoort te zijn, kunnen we leren uit de Bommelsaga. En hoe we het daaruit kunnen leren, toont dit boek (aldus Eiso Toonder in zijn Voorwoord).

WILLEM VENERIUS (1950) verdiepte zich decennia lang in de astrologie, de I Tjing en verwante gebieden. Ook stripverhalen hebben hem van jongs af geboeid. Als redacteur van het toonaangevende astrologietijdschrift Spica publiceerde hij vele artikelen en enkele boeken. In Heer Bommel en het para-abnormale. Over de magie in de Bommelsaga komen zijn esoterische kennis en zijn liefde voor de verhalen en tekeningen van Marten Toonder samen.

>Terug naar boekenlijst