Bommel en de Bijbel

Bommel-Bijbel

In 2012 werd gevierd dat honderd jaar geleden de schrijver en striptekenaar Marten Toonder werd geboren. In zijn verhalen over Olivier B. Bommel en Tom Poes portretteerde hij met een grote knipoog de Nederlandse samenleving. Het is daarom niet verbazend dat hij zich daarin ook bezig heeft gehouden met het calvinisme, dat immers als een belangrijk bestanddeel van de Nederlandse volksaard wordt gezien.

Op een fraaie manier verbeeldde hij dit bijvoorbeeld in de Zwarte Zwadderneel. Deze boeteprediker tegen hovaardij en winderigheid bedient zich van een prachtige variant op de ‘tale Kanaäns’. Want Toonder was ook een liefhebber van archaïsch woordgebruik, dat hij in het bijzonder aantrof in de taal van de oude Statenbijbel.

Er zijn nog meer redenen waarom Toonder interesse had in de Bijbel, waarmee hij in zijn jeugd al kennismaakte. Het was voor hem een bron van boeiende verhaalmotieven, waaruit hij meer dan eens putte. Het verhaal De zelfkant is bijvoorbeeld gebaseerd op de geschiedenis van Job. Daarnaast werd hij geïntrigeerd door de bijbelse ideeën over God, schepping en mens, die hij tegelijk ook bekritiseerde en met zijn eigen levensbeschouwelijke opvattingen confronteerde. Ook dit vindt zijn weerslag in sommige van zijn verhalen, zoals De Grote Onthaler en De andere wereld.

Neerlandicus en Bommelkenner Klaas Driebergen (1979) gaat in zijn boek Bommel en Bijbel uitgebreid op dit alles in. Een aantal verhalen waarin de Bijbel en het christendom een belangrijke rol spelen, worden diepgaand door hem geanalyseerd. Een boek dat dieper ingaat op de inhoud en de achterliggende ideeën van de Bommelverhalen.

>Terug naar boekenlijst