AO Boekje 2834

AO

Zijn overlijden heeft Marten Toonder meer dan ooit in beeld gebracht. Niet dat het
hem aan waardering ontbrak, maar nu viel te meer op hoe sympathiek en bescheiden
deze inmiddels alom erkende tekenaar-literator was. Hij betoonde zich bijvoorbeeld
oprecht verrast over de verschillende details die Ivo Niehe in diens tv-programma van
zijn werk en persoon bleek te weten (“Dat u dat weet..! Hoe weet u dat?!) en bedankte
hem voor de plezierige middag die Ivo hem door zijn interview had bezorgd.
Marten was nuchter over de zin van zijn bestaan, sprak open over het verdriet om zijn
overleden gezinsleden, maar kon nog lachen als hij werd herinnerd aan bepaalde
(eigen) uitspraken.

In vele kranten en tijdschriften is al – en terecht – ruimschoots aandacht besteed aan
leven en werk van Marten Toonder. Maar Max Wolters gaat in dit AO een stapje verder.
Zo verdiept hij zich in de figuren van en rondom Tom Poes en de heer Olivier
Berendinus Bommel en brengt ze in verband met de persoon en maatschappijvisie
van hun schepper. Ook beschrijft hij de verschijningsvormen van het duo en somt de
Bommel-dingen en organisaties op die zich door Toonders werk, nu geestelijke
nalatenschap, laten inspireren. Het AO bezorgt bovendien geregeld de (glim)lach die
Marten Toonder zijn lezers toewenste.

Inhoudsopgave

2 Voorwoord
3 Hoe Bruintje Beer Tom Poes werd
8 Tom Poes ontmoet een vreemde figuur
10 De kleurrijke wereld van Tom Poes
13 Een groot denkraam
18 De Marten Toonder studio’s
20 Tom Poes en heer Bommel gaan van papier
23 De verzamelaars

>Terug naar boekenlijst